Weerstand in de groep: zo ga je er goed mee om
April 2024, Lisa Unlandt
Sta je weleens voor groepen, dan heb je vast al eens meegemaakt dat er iemand in de weerstand schoot. Een deelnemer die het niet eens was met je programma en dat luid en duidelijk liet merken. Of iemand die zó enthousiast en aanwezig is, dat de rest van de groep lastig aan bod komt. Of subtieler: iemand die meer aandacht besteedt aan het bijwerken van mail, dan aan jouw sessie. Vervelend, maar als je de typen weerstand herkent en weet hoe je er goed mee omgaat, hoeft het je sessie niet in de weg te zitten. Daarom delen we in deze blog acht weerstandstypes én tips om hier goed mee om te gaan.
Dikke disclaimer
Hieronder schetsen we, enigszins overdreven, acht typen deelnemers en tips om hiermee om te gaan. Om te zorgen dat je deze types makkelijker herkent in je eigen groep, hebben we ze namen gegeven. Goed om te weten: deze namen zijn willekeurig gekozen, en dus niet ontleend aan onze praktijkervaring.

Weerstandige Walter
Weerstandige Walters zijn types die er helemáál geen zin in hebben en dat niet onder stoelen of banken steken. Ze houden vast aan hun mening dat je sessie niet leuk is. Punt.
Zo ga je ermee om:
Zit er een Weerstandige Walter in je groep? Check dan eerst wat er aan de hand is. Vaak raken dit soort types al een beetje weerstand kwijt als ze zich gehoord voelen. Erken dat het onhandig was dat Walter eerst niet op de verzendlijst stond en daardoor pas last minute de praktische informatie kreeg. Dat haalt de meeste kou al uit de lucht. En door!
Probeer niet koste wat het kost Walter om te krijgen, want meestal verdwijnt Walter’s weerstand in de loop van de sessie vanzelf. Gebeurt dat niet? Geef dan voldoende ruimte aan iemand om zijn of haar gram te halen, maar wees ook duidelijk als hetzelfde punt vaker voorbij komt. “Noteer deze op een post-it, dan vergeten we het niet. Dan ben ik nu benieuwd naar wat je wél goed vindt aan…”. Ook door te spelen met wanneer je iemand aan het woord laat kun je invloed uitoefenen. Geef Walter dus niet steeds als eerste de beurt, maar wat later in de bespreekrondes. Dan hebben positieve types vaak al de toon gezet.

Afwezige Annies
Afwezige Annie’s zijn bezig met 101 verschillende dingen, maar niet met jouw sessie. Ze letten niet op en zijn lastig te betrekken. Lastig!
Zo ga je ermee om:
Afwezige Annie gespot? Vraag deelnemers sowieso om hun telefoon of laptop even weg te stoppen: “Het is fijn als we allemaal onze aandacht kunnen focussen op het vraagstuk waar we mee aan de slag gaan, Dan halen we er samen het maximale uit”. Helpt dit niet? Neem Annie dan even apart en vraag of er iets dringends speelt. Of geef Annie juist als eerste de beurt bij het bespreken. Ook kun je tijdens een opdracht checken of ze er ook echt mee zijn gestart. Je merkt dat mensen dan snel weer bij de les zijn.
Meestribbelende Mandy’s
Meestribbelende Mandy’s zeggen het één, maar doen het ander. Op het eerste gezicht lijkt ze gewoon mee te doen, maar Meestribbelende Mandy’s zijn eigenlijk aan het mollen. Door stiekem kritiek op de sessie te leveren. Niet tegen jou als facilitator, maar tegen mededeelnemers.
Zo ga je ermee om:
Dit type is erg lastig te achterhalen. Een manier om in ieder geval te voorkomen dat deze subgroepjes ontstaan, is door te zorgen dat de deelnemers geregeld van plaats wisselen. Introduceer aan het begin van je sessie dat wanneer je opstaat (bij een werkvorm, om koffie te pakken, et cetera), je daarna op een andere stoel gaat zitten. Zo geef je Mandy minder tijd om andere deelnemers tot medemeestribbelaars te hervormen.

Betweterige Bernards
Betweterige Bernards weten altijd alles beter. Favorieten uitspraken beginnen met ‘ja maar’. Alle ideeën die worden geopperd, worden door Bernard in twijfel getrokken. Dat maakt de sfeer niet fijn, want Bernard maakt nieuwe ideeën roepen echt heel vermoeiend.
Zo ga je ermee om:
De spelregels voor het genereren van ideeën zijn hier echt essentieel. Eén van die spelregels is dat ideekillers verboden zijn. Herhaal de spelregels en vraag mensen om mededeelnemers erop aan te spreken als ze een ideekiller voorbij horen komen. Zo worden de Betweterige Bernards vanuit alle hoeken hierop geattendeerd en gevraagd om nog even geen oordeel te geven. Voor Bernard zelf is het fijn om te horen dat zijn of haar kritische blik goed van pas gaat komen bij de kies- en uitwerkingsfase, benoem dit dus ook.
Procesmuitende Pieters
Procesmuitende Pieters zijn het niet met je eens. Jij hebt met veel zorg en aandacht je programma samengesteld en wil het proces op die manier doorlopen. Pieter denkt daar anders over: waarom die volgorde? Kunnen we niet beter eerst…?
Zo ga je ermee om:
Procesmuitende Pieters gaan heel goed op aandacht. Geef ze hier dus niet te veel van. Wat wél helpt is benadrukken wat het eindresultaat van de sessie is en vragen om vertrouwen bij de start van de sessie. Dat klinkt bijvoorbeeld zo: “We gaan vandaag ideeën bedenken, waarbij we jullie creativiteit gaan prikkelen. In de eerste fase bedenken we zoveel mogelijk ideeën, in de tweede fase kiezen we daar de beste uit. Onze belofte? We eindigen de sessie met drie uitgewerkte ideeën. Misschien denk je af en toe ‘Hè? Waarom doen we nu deze oefening?”, maar laat dat even over je heenkomen. Wij zorgen dat we aan het einde van de sessie het resultaat hebben behaald.”
Stille Sofies
De naam zegt het al: Stille Sofie is stil. Sofies roepen geen ideeën. En als er al een idee uitkomt, licht dit type deelnemer het niet toe. Dat wil je voorkomen, want Stille Sofies hebben vaak goede ideeën.
Zo ga je ermee om:
Vaak vinden Stille Sofie’s het een beetje spannend om hardop ideeën te roepen. Komt Sofie toch met een idee in een hardop-ronde? Zorg er dan voor dat de groep echt even stil wordt en luistert. Je kunt dit type deelnemer ook bewust de beurt geven, als in alle drukte hij of zij niet boven de rest uitkomt: “Ik zag Sofie ook een post-it plakken, kun je jouw idee toelichten?” Wat ook erg goed werkt voor dit type, is het inlassen van een ronde waarbij je in stilte ideeën bedenkt.
Buitelende Bobby’s
Buitelende Bobby’s zijn enthousiast. Heel erg enthousiast. Een groep van Bobby’s heeft zoveel energie, dat de ideeën over elkaar heen buitelen. Buitelende Bobby’s vinden niets leuker dan het bedenken van ideeën. Daardoor luisteren ze niet zo goed naar elkaar. En focus aanbrengen? Dat vinden ze maar lastig!
Zo ga je ermee om:
Zit de groep heel hoog in hun energie? Ga dan niet óók op die golflengte zitten, dat versterkt de energie alleen maar. Laat je dus niet meeslepen, maar doe zelf rustig aan. Bijvoorbeeld door langzamer te praten. Geef duidelijk aan dat je iedereen aan het woord wil laten. En creëer ruimte voor stilte. Dit doe je door de beurt te geven en überhaupt pas te praten als de hele groep stil is. Ook is het handig om individuele werkvormen in te zetten, waarbij in stilte wordt gewerkt. En energizers? Die laat je bij de Bobby’s beter achterwege, die hebben ze echt niet nodig!

Komt-op-het-laatst-pas-met-kritiek-Kris
Komt-op-het-laatst-pas-met-kritiek Kris houdt van mosterd na de maaltijd. Dit type houdt zich de hele tijd stil wat betreft kritiek, maar verzamelt het allemaal en gooit het er op het eind uit. Je weet wel, op het moment waarop je er weinig meer aan kan veranderen.
Zo ga je ermee om:
Dit is best een lastig type deelnemer. Eigenlijk kun je alleen maar vragen om het een volgende keer eerder aan te geven. Nu is het te laat om je sessie nog te veranderen, dus geef aan dat er een keus gemaakt wordt en dat we daarmee verder gaan. Overigens helpt het wel om geregeld bij de groep te checken of er vragen of opmerkingen zijn – daarmee geef je ook eerder de kans tot feedback. Zou toch zonde zijn als Kris niet expres tot het eind wacht, maar eerder nog niet de mogelijkheid voelt.
En? Hoeveel van de acht herkende jij er? Hoe dan ook: nu weet je wat je te doen staat. Tuurlijk kan het even slikken zijn als je (flinke) weerstand in een groep aantreft, maar onthoud: het is altijd een mooie kans om een (nog) betere facilitator te worden. En vooral: het gaat nooit mis, hooguit anders dan verwacht!
Zelf leren hoe je groepen goed begeleidt,
ook als er weerstand in de groep zit?
Dan is onze training Faciliteren met Impact iets voor je. Daarin leer je in drie dagen alle ins en outs om als facilitator een creatieve sessie van A tot Z te begeleiden.
