Associëren kun je leren: slimme brainstormtechnieken

Februari 2021, Esther van der Storm

 

Associaties zijn heel krachtig. Een geur doet je herinneren aan een vakantieland. Een bijzondere foto brengt je zo weer terug in dat moment. Of je komt misschien liever niet meer op een bepaalde plek, omdat je er een keer iets verdrietigs meemaakte. Kortom: associaties zijn sterk én werken lang door. Niet zo gek dus dat veel brainstormtechnieken teruggrijpen op ons associatievermogen. In deze blog delen we een aantal brainstormtechnieken met je, die volledig gestoeld zijn op de kracht van associëren. Doe je mee?

 

Creatief denken = associëren?

In de Van Dale wordt associëren omschreven als ‘verbinden, in verband brengen’. Als je associeert leg je verbanden tussen twee bekende items. Hierdoor kom je tot nieuwe ideeën, of wordt het makkelijker om informatie te onthouden. Een hoop brainstormtechnieken maken gebruik van ons associatief vermogen. Maar dat is lang niet altijd het geval. Creatief denken is dus niet hetzelfde als associëren, al maken we er wel vaak en veelvuldig gebruik van. Wil je meer weten over creatief denken? Eerder schreven we al blogs met de gouden spelregels voor creatief denken, en tips om om te gaan met ideekillers .

 

Associatie-technieken

Er zijn een hoop brainstormtechnieken gebaseerd op associaties. We lichten een aantal van onze favorieten uit. Om toe te lichten hoe de technieken werken gebruiken we een voorbeeldvraag in deze blog. Deze vraag is: Hoe kunnen we zorgen dat niemand in Nederland zich eenzaam voelt?  

 

1. Bloemassociatie

Een bloemassociatie is een fijne manier om te starten met associëren. Dat doe je als volgt: je start met een centraal woord uit je vraagstuk. Neem daarvoor een zelfstandig naamwoord, associëren met een werkwoord is een stuk lastiger. In onze voorbeeldvraag starten we met het woord eenzaam. Bedenk vervolgens zoveel mogelijk dingen die te maken hebben met ‘eenzaamheid’.

 

Associatiecirkel 1 (eenzaamheid: alleen, behoefte aan contact, ouderen)

 

Daarna pak je uit deze ‘bloem’ het woord dat hier het minst mee te maken heeft. In dit geval ‘ouderen’. Pak een nieuw vel papier (of een nieuwe plek op je digitale whiteboard) en start een nieuwe associatieronde. Dit herhaal je minstens twee keer. Kies daarna weer een woord uit dat helemaal niets te maken heeft met je startvraag. Wij komen in dit voorbeeld via ouderen en bingo uit, op het woord ‘spelletjes’.

Associatiecirkel 2 (ouderen: breien, grijs haar, bingo)) en 3 (bingo: televisie, volle kaart, balletjes)

 

Vervolgens relateer je het woord aan de vraag. Hoe kunnen we spelletjes gebruiken om ervoor te zorgen dat niemand in Nederland zich eenzaam voelt? Je komt dan bijvoorbeeld op ideeen zoals ‘een wordfeud-groep starten, waar we eenzame mensen met elkaar matchen’, of ‘online spelletjes-avonden organiseren’. En heb je behoefte aan een nieuw perspectief, of werkt een woord niet zo goed? Kies dan gewoon een nieuw woord uit vanuit je bloem!

 

2. Kettingassociatie

De kettingassociatie is een snelle variant op de bloemassociatie. Hierbij start je wederom met een woord uit de vraagstelling. Steeds associeer je door op het vorige woord, in plaats van veel associaties op één thema. Op ‘Nederland’ volgt dan ‘kaas’, en daarna bijvoorbeeld ‘koe’. Dat ziet er dan zo uit:

 

Associatieketting (Nederland, kaas, koe, gras)

 

Ook hier eindig je met een woord dat helemaal niets meer te maken heeft met je startvraag. Betrek dit vervolgens op je brainstormvraag. Hoe kan gras ervoor zorgen dat niemand zich meer eenzaam voelt? Schrijf alle nieuwe ideeën op! Je komt dan bijvoorbeeld op ‘we gaan picknicks organiseren voor alle buurtbewoners in het park’, of ‘we onderhouden de tuinen en het groen in de wijk, voor en met wie dat wil’.

Wij gebruiken de kettingassociatie ook vaak als opwarm-oefening, eerst even een rondje doen om het associatievermogen te prikkelen. Werkt ‘ie ook goed voor!

 

3. Kruip in de huid van…

Een fijne en makkelijkere manier om te associëren, is door in de huid te kruipen van een ander persoon. Bedenk eens: hoe zou mijn buurvrouw ervoor zorgen dat niemand zich eenzaam voelt? Dan kom je op ideeën als ‘een kop soep brengen elke dag’, of ‘het organiseren van een buurtgroep waar mensen bij elkaar terecht kunnen’.

 

Een variant hierop is om bekende personen als inspiratie te nemen. Wat zou Michelle Obama doen om eenzaamheid te bestrijden? Michelle zou bijvoorbeeld speeches geven, inzamelingsacties organiseren en actieprogramma’s beginnen om hier aandacht voor te creëren. Of een speciaal Netflix programma, waarin het thema centraal staat.

 

Een laatste variant is om het vraagstuk als het ware ‘voor te leggen’ aan de directie van bekende organisaties. Welke tips zouden IKEA of Bol.com geven om dit probleem te tackelen?  Dan bedenk je ideeën zoals ‘samen een kast in elkaar bouwen’, of ‘pakketbezorgers die even tijd maken voor een praatje’. We gebruiken hiervoor vaak ook onze superorganisatiekaartenDaarmee help je de groep alvast een beetje op weg!

 

Superheldenkaarten (Einstein, LEGO, Michelle Obama, IKEA)

 

4. Trends

Een andere fijne associatietechniek is om te werken met trends. Wij gebruiken hier vaak onze trendkaarten voor: een selectie met trends die voorkomen in de maatschappij, die we als inspiratie kunnen gebruiken. Denk aan trends als ‘tiny housing’, ‘virtual influencers’ of ‘fake news’. Ook in deze techniek associeer je door op een bepaalde trends. Tiny housing levert bijvoorbeeld het idee op om kleinschaliger te wonen, waarbij er veel meer aandacht is voor buitenleven en zo eenzaamheid wordt tegengegaan.

Moeite met het bedenken van trends? Pak dan een krant of tijdschrift erbij, en noteer alle trends die je erin tegenkomt. Pak er eentje uit die je interessant vindt en vraag je af: wat voor nieuwe ideeën of inzichten krijg ik om mijn probleem op te lossen, gebruikmakende van die trend?

 

Trendkaarten (virtual influencers, nostalgie, digital nomads, alles op abonnement)

 

5. Landenkaarten

Van deze associatietechniek krijgen wij een instant vakantiegevoel: de landenkaarten. Dat zijn onze kaartjes met daarop een typerende afbeelding van een land. Bij deze techniek kies je uit een stapel (online) travelcards je favoriet, bijvoorbeeld Griekenland. Sta na het kiezen even stil bij wat kenmerkend is aan Griekenland en de Griekse cultuur. Wij moeten gelijk denken aan hele gastvrije mensen, heerlijke olijven en de sirtaki dansen. Vraag je vervolgens af: hoe zou Griekenland de eenzaamheid in Nederland bestrijden? Dat levert bijvoorbeeld het idee op om borrelhapjes-proeverijen te organiseren voor buurtbewoners, telkens bij een ander iemand thuis.

 

Travelcards (Griekenland, Belgie, IJsland, Japan, Cuba)

 

6. @random

De laatste associatietechniek waar je letterlijk niets voor nodig hebt, is de @random techniek. Pak willekeurig een voorwerp, woord of foto en relateer deze aan de vraag. Hoe kun je door een sjaal of het woord ‘vuilniscontainer’ de eenzaamheid in Nederland bestrijden? Deze techniek is vaak wat lastiger, omdat er geen relatie meer is tussen het vraagstuk en het item waarmee je associeert. Maar toch lukt het altijd wel om weer op nieuwe ideeën te komen! Start een breiclub in de wijk waar je sjaals kunt gaan maken, of start iedere zaterdag een wandelgroep (startpunt: de vuilniscontainer).

 

Associëren doen we continu

We associëren veel en vaak. Maak dus gebruik van deze kracht door het inzetten van associaties om vraagstukken in je organisatie op te lossen! Oefen ermee en ga lekker experimenteren met de bovenstaande brainstormtechnieken. Je ervaart vanzelf welke brainstormtechnieken voor jou goed of minder goed werken. En wil je er hulp bij? Neem dan even contact met ons op!

Wil je graag zelf leren hoe je als (online) facilitator creatieve technieken kunt inzetten? Bekijk dan onze Creative Facilitator Programma waarin we je leren om zelf creatieve sessies te faciliteren.