Zo kom je in een creatieve mindset
Mei 2024, Lisa Unlandt
Zonder een goede opwarming een probleem verkennen of brainstormen over ideeën? Dat is niet de meest effectieve manier. Zo’n koude start maakt het lastig om op gang te komen, je brein heeft letterlijk een warming up nodig. Fijner werkt het om eerst in een creatieve mindset te komen, waarna het makkelijker wordt om met een open blik te verkennen en innovatieve ideeën te bedenken. Per fase – verkennen en brainstormen – heb je net een andere creatieve mindset nodig. In deze blog delen we welke dat zijn en hoe je in die creatieve mindset komt!
Het belang van de juiste mindset
Stel je voor: je hebt een romantisch avondje uit gepland met je partner of date. Jullie gaan uit eten in een fijn restaurant. En wie weet wat er daarna van komt… Je stelt je in op een gezellige atmosfeer, maar bij aankomst blijkt het aantal TL buizen hoger dan de hoeveelheid sfeer. Het is een kille, overbelichte ruimte en de muziek knalt te hard uit de speakers om elkaar normaal te kunnen verstaan. Tja. Niet helemaal de setting die van nature leidt tot een romantisch diner. Terwijl gepaste verlichting, een achtergrondmuziekje en, om de clichés af te maken, een glas wijn bij kaarslicht zo’n romantisch avondje uit veel makkelijker hadden gemaakt.
Een sfeervol restaurant voor een romantische avond is als de juiste creatieve mindset bij het verkennen van een probleem of bedenken van ideeën. Zo’n mindset helpt je om je doel te bereiken. Door ‘in de sfeer’ te komen, is het daarna veel makkelijker om een vraagstuk vrijuit te verkennen of er innovatieve ideeën voor te bedenken. De verkennings- en ideeënfase hebben elk een eigen creatieve mindset die de fases makkelijker maken: de droom-mindset en de fantasie-mindset.

Verkenningsfase: droom-mindset
In de verkenningsfase werkt de droom-mindset het lekkerst. Deze mindset stelt je in staat om te dromen over wat allemaal zou kunnen. Met een droom-mindset merk je dat vrijuit denken makkelijker wordt, waardoor je zonder obstakels kunt kijken naar wat de gewenste uitkomst zou zijn. Je komt in deze mindset door (alleen, of met anderen) hardop te dromen over verschillende scenario’s. Wij gebruiken hier graag onze droomkaarten voor. In deze kaartenset vind je 35 verschillende kaarten met droom-scenario’s, zoals ‘Wat als je je alleen op eigen kracht mag verplaatsen’, ‘Wat als je allemaal bij je geboorte een miljoen euro krijgt’ en ‘Wat als je geen technologie meer kunt gebruiken in je werk’.
Ideeënfase: fantasie-mindset
Heb je het vraagstuk verkend en ben je toe aan de bedenken van oplossingen? Dan werkt de fantasie-mindset het best. Deze is wat extremer dan de droom-mindset, omdat ‘ie moet aansporen in het makkelijker bedenken van wilde ideeën, in plaats van het verkennen van een realistisch vraagstuk. Het is namelijk makkelijker om een wild idee te temmen dan een tam idee wild te maken.
Om jezelf of anderen te stimuleren in een ‘alles kan en alles mag’, heb je een fantasievolle mindset nodig. Hier gebruiken we graag onze fantasiekaarten voor: 35 kaarten met fantasievolle scenario’s, zoals ‘Wat als er voor alles een geneesmiddel bestaat’, ‘Wat als al het eten vloeibaar is’ en ‘Wat als er geen landsgrenzen meer bestaan’.

Facilitator tips
Fantaseren en dromen kun je natuurlijk heel goed in je eentje doen. Maar natuurlijk doen wij als facilitators dit ook graag met een groep! We delen tot slot dan ook wat tips om een groep goed te begeleiden in het dromen en fantaseren. Het kan namelijk best even wennen zijn om zo te denken, zeker als je deelnemers hebt die het een tikkie spannend vinden of zichzelf niet als creatief beschouwen.
Tip #1: Geen goed of fout
Er is geen ‘goed of fout’: dat wat op het kaartje staat of je zelf als droom of fantasie hebt bedacht is de nieuwe realiteit. Durf als facilitator stelling te nemen (‘het zit zo’) en besteed niet te veel aandacht aan vragen: niemand heeft ‘het’ antwoord, je mag het zelf bedenken want daarvoor zijn het dromen en fantasieën!
Tip #2: Zelf meedoen
Als facilitator kun je zelf ook meedoen met het fantaseren. Let hierbij wel op dat je de groep het meest aan het woord laat. Komen ze wat lastig op gang? Dan kun je als facilitator wat meer input leveren.
Tip 3: En doorrr
Wekt een droom of fantasie vooral veel meningen op of kan de groep niks met die kaart? Geen probleem, ga dan lekker vlot door naar de volgende situatie. Zorg er dus altijd voor dat je meerdere scenario’s paraat hebt, zodat je steeds een nieuwe kunt gebruiken.
Tip 4: Gebruik spelregels
Spelregels helpen je als facilitator om structuur te geven. Spreek met de groep voordat je gaat dromen of fantaseren af dat de volgende spelregels gelden. Namelijk dat:
- Alles goed is
- Jullie open staan voor alle ideeën
- Je ‘ja, én’ zegt
- Jullie meeliften op elkaars ideeën
- Jullie stelling nemen; stel niet teveel vragen
Met deze spelregels creëer je een veilige omgeving. Daarnaast is het makkelijker om terug te pakken op de afgesproken spelregels wanneer iemand in ideekillers vervalt.

Moraal van het verhaal
Ga je een vraagstuk verkennen of aan de slag met nieuwe ideeën? Doe dat dan niet koud, maar warm eerst even op door erop los te dromen of fantaseren. Zo raakt je brein snel gewend aan ‘gek denken’, waardoor het makkelijker op nieuwe inzichten en ideeën komt wanneer je met het daadwerkelijke vraagstuk aan de slag gaat. Wel zo fijn, want dat maakt de opbrengst van je verkenning of brainstorm des te rijker!
Zelf leren hoe je een creatief proces begeleidt met een groep?
Dan is onze training Faciliteren met Impact iets voor je. Daarin leer je in drie dagen alle ins en outs om als facilitator een creatieve sessie van A tot Z te begeleiden.